Zowat 40000 mensen ontvluchtten Oekraïne en vestigden zich in Vlaanderen. Daarvan zijn er 21.162 uiteindelijk ook bij VDAB ingeschreven. Dat is verplicht voor wie tussen de 20 en 65 jaar is. Er zijn, terecht, heel wat inspanningen geleverd om hen te ondersteunen bij huisvesting, onderwijs en opvang voor de kinderen, taalopleidingen, enzovoort. Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (cd&v) vroeg de cijfers op over de tewerkstellingsresultaten van Oekraïners. Daaruit blijkt dat 55,6% momenteel aan het werk is.
Er is in 2023 decretaal beslist dat alle Oekraïners op arbeidsleeftijd verplicht bij VDAB moeten worden ingeschreven. Deze Oekraïense werkzoekenden kunnen gebruik maken van het volledige aanbod dat ook voor andere anderstalige nieuwkamers geldig is.
In totaal zijn er 21.162 tijdelijk ontheemden uit Oekraïne bij VDAB ingeschreven en dit sinds het begin van de crisis in 2022 tot eind juni 2025. In de eerste helft van dit jaar kwamen er nog 2046 Oekraïners voor het eerst langs bij VDAB.
16.738 onder hen kregen ondertussen één of meer taalopleidingen aangeboden via VDAB, de meeste via het volwassenenonderwijs. Dit is bijzonder belangrijk; want taal is de belangrijkste hindernis om aan de slag te gaan.
11.880 van de bij VDAB ingeschreven Oekraïners kregen van VDAB en partners ook persoonlijke begeleiding. 1.856 van hen deden aan werkplekleren. 1.389 Oekraïners volgden beroepsopleidingen via VDAB en 1.004 volgden specifieke knelpuntopleidingen. VDAB en de OCMW’s deden dus heel wat inspanningen met begeleiding, opleiding, taalopleidingen, enzovoort.
Wat zijn nu de resultaten? 11.761 van deze Oekraïnse werkzoekenden zijn ook aan de slag gegaan. 55,6% van de Oekraïners die bij VDAB zijn ingeschreven, zijn dus aan de slag gegaan in Vlaanderen. Bothuyne: ‘Vaak gaat het om vrij duurzame jobs. Gemiddeld hebben ze, tot midden 2025, er al 436 arbeidsdagen op zitten. Dat is goed nieuws: de Oekraïners die aan het werk zijn, blijven dus ook aan het werk. En op een jaar tijd is dat bijna een verdubbeling van de tewerkstelling.’ De belangrijkste sectoren waar men in de slag is, zijn ‘zakelijke dienstverlening’, groot- en kleinhandel, horeca, de overheid zelf of de transportsector.”
Op een jaar tijd is het percentage Oekraïners dat aan het werk ging gestegen van 49,3% naar 55,6%. Bothuyne: ‘Dat is goed. Maar het is belangrijk dat de groep die nog niet aan het werk ging van nabij opgevolgd wordt. De meesten zijn ondertussen al meer dan een jaar ingeschreven en dreigen in langdurige werkloosheid te belanden. Dat kan niet de bedoeling zijn.’
Voor de begeleiding van deze werkzoekenden trok de Vlaamse overheid 13,4 miljoen euro uit in 2024. In 2025 gaat het om 10,09 miljoen euro. En met resultaat dus. Bothuyne: ‘Vlaanderen doet het beter dan de andere gewesten; nergens in België is de tewerkstelling van Oekraïense ontheemden groter.’
Robrecht Bothuyne benadrukt dat Vlaanderen moet blijven investeren in taal en begeleiding: “Het is positief dat zoveel Oekraïners hier hun weg naar werk vinden. Dat geeft hen niet alleen bestaanszekerheid, maar versterkt ook onze arbeidsmarkt. Toch zien we dat taal een grote barrière blijft. Wie Nederlands leert, vindt sneller en duurzamer werk. Daarom moeten we blijven inzetten op opleidingen en begeleiding op maat, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen doorstromen naar een job die bij hen past. 1 op 5 bij VDAB ingeschreven Oekraïners kreeg nog geen taalopleiding. Deze moeten zo snel mogelijk richting Nederlandse les.”