Welkom op mijn webstek! Op 7 juni 2009 werd ik verkozen tot Vlaams Volksvertegenwoordiger voor CD&V in de provincie Oost-Vlaanderen. Sinds 2007 ben ik ook schepen in Kruishoutem. Hier zal u alles kunnen lezen over mijn politieke activiteiten. En uiteraard zijn uw opmerkingen of vragen steeds welkom. Met gedreven groet, Robrecht
Geschreven door Robrecht Bothuyne
maandag 20 mei 2013 17:29
Nieuwe Elia-tarieven boost voor elektriciteitsproductie en kans voor leveranciers om zelf prijzen te verlagen
De goedkeuring door de CREG van de bijgestelde Elia-transmissietarieven hoeft niet per definitie een tariefverhoging voor de verbruiker te betekenen, zoals Elia vandaag stelt. Robrecht Bothuyne en Leen Dierick, de energiespecialisten van CD&V, doen een oproep aan de producenten en leveranciers om de gedaalde netkost te gebruiken om de eigen tarieven overeenkomstig te laten dalen: “Het kan niet de bedoeling zijn dat producenten en leveranciers de 150 miljoen euro aan tariefkosten die nu wegvallen, volledig op zak steken.”
Verschillende elektriciteitsproducenten gingen in beroep tegen de transmissietarieven van Elia die de CREG eerder had goedgekeurd. Zij meenden dat de injectietarieven die zij zouden moeten betalen om de geproduceerde stroom op het hoogspanningsnet te zetten, incompatibel zijn met de Europese wetgeving. Zij kregen gelijk: begin februari vernietigde het Hof van Beroep de transmissienettarieven. Elia mocht de producenten geen injectietarief meer aanrekenen, en moest bijgevolg nieuwe tariefvoorstellen overmaken aan de CREG. Deze laatste heeft nu de bijgestelde transmissietarieven goedgekeurd.
Door de beslissing van het Hof van Beroep valt een rem weg voor potentiële investeerders in elektriciteitsproductie in België. Duitsland en Nederland passen immers een nultarief toe. Het wegvallen van de injectietarieven betekent dus ook het wegvallen van een belangrijke investeringsdrempel in ons land. Hierdoor kan de productiecapaciteit stijgen met een gunstig effect op het aanbod, de bevoorradingszekerheid en uiteindelijk de prijs. Bovendien kunnen de producenten de stroom nu goedkoper verkopen. “Als leveranciers dit voordeel laten doorvloeien tot bij de consument, dan hoeft de eindverbruiker alsnog geen hoger tarief te betalen. De geïntegreerde spelers (tegelijk producent en leverancier) kunnen best het goede voorbeeld geven”, menen Robrecht Bothuyne en Leen Dierick.
Diverse studies* hebben intussen duidelijk gemaakt dat wij aanzienlijk meer betalen voor onze stroom dan onze buren. Oorzaak is niet zozeer de kostprijs van het product elektriciteit zelf maar wel de prijs van een aantal beleidsdoelstellingen die met de energiefactuur worden betaald. Zo wordt het sociaal en ecologisch beleid van de federale en Vlaamse overheid bijna volledig gefinancierd door allerlei bijdragen in de stroomfactuur. Die bijkomende taksen en heffingen zijn bepalend voor de te hoge totaalfactuur, want de elektriciteitscomponent op zich is bij ons zelfs lager dan in de buurlanden. Daarom wil Vlaams Volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne naar analogie met de loonnorm, een energienorm. Het plafonneren van de diverse energieheffingen moet de gezinnen en bedrijven extra zuurstof geven.
De hoge stroomprijzen ten aanzien van de buurlanden zijn nefast voor de slagkracht van onze ondernemers en de koopkracht van gezinnen. De disproportionele verhouding tussen de energiecomponent en diverse bijdragen, moet ons er over doen nadenken of we in de toekomst de ambitieuze sociale en ecologische doelstellingen nog voor 100% willen financieren via de energiefactuur.
Het moet perfect mogelijk zijn om de diverse energieheffingen te plafonneren tot op een gemiddeld niveau van de buurlanden. Deze energienorm kan vastgelegd worden bij het bepalen van de tarieven door VREG (laag- en middenspanning) en CREG (hoogspanning). Om het sociaal energiebeleid, het rationeel energiegebruik en de ambitieuze groenestroomdoelstellingen niet te hypothekeren, en toch de energieprijzen op het niveau van de buurlanden te krijgen, zullen de overheden vervolgens eigen middelen moeten aanwenden. Dit biedt de garantie dat die overheden enkel zullen investeren in kostenefficiënte instrumenten om die doelstellingen te halen, wat op zich alweer een gunstig effect zal hebben op de energiefactuur. Overheden die nieuw sociaal of ecologisch energiebeleid willen voeren, zullen zo zelf geresponsabiliseerd geworden. In het verleden zijn er al te vaak ministers geweest die beleidsinitiatieven namen, maar tegelijk de factuur doorschoven naar de energieklant. De energienorm kan hier komaf mee maken.
“Met dergelijke norm kunnen we de gezinnen en bedrijven weer wat extra zuurstof geven”, besluit Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne.
*Gegevens van de CREG wijzen uit dat onze gezinnen en de KMO’s nog steeds een stroomprijs betalen die gemiddeld 10% hoger is dan de gemiddelde prijs in Frankrijk, Nederland of het Verenigd Koninkrijk. Enkel onze oosterburen betalen nog hogere tarieven voor elektriciteit. Ook Febeliec, de federatie van grote verbruikers van elektriciteit en gas, trok net voor de paasvakantie aan diezelfde alarmbel.
Competitiviteitspact nodig! Samen werken aan concurrentiekracht.
De voorbije jaren waren er hier en daar onheilsberichten te lezen over Volvo Gent. Na een ontmoeting tussen minister-President Kris Peeters en de topman van Volvo Group, waarbij die laatste wees op de noodzaak om onze competitiviteit aan te scherpen, waren onheilsprofeten weer aan het werk. Die niet beter wist, zou bijna concluderen dat het er niet goed uitziet voor de Gentse autofabriek.
Niets is echter minder waar. De fabriek heeft nooit meer mensen tewerkgesteld dan vandaag en nooit zijn meer auto’s geproduceerd dan tijdens de voorbije maanden en jaren. De fabriek draait op volle toeren.
En er zijn nog positieve signalen op het economisch front. Onlangs hebben we vernomen dat de export in Vlaanderen in 2012, tijdens een crisisjaar dus, met 2,6% is gestegen. Die flinke prestatie bewijst hoe veerkrachtig onze economie is en hoe sterk onze economische troeven zijn.
Dat neemt niet weg dat we de problematiek van de concurrentiekracht en het door Volvo gegeven signaal ernstig moeten nemen. Het is logisch dat Volvo die waarschuwing net nu geeft. Momenteel worden 60% van alle Volvo’s ter wereld in Gent geproduceerd. De concurrentiekracht van Vlaanderen en van België is voor Volvo nog nooit zo belangrijk geweest.
Hierover stelde Robrecht Bothuyne (CD&V) een actuele vraag aan Kris Peeters tijdens de plenaire vergadering van woensdag 17 april 2013.
België, in casu Vlaanderen, is een zeer open economie. Er wordt veel geëxporteerd (voornamelijk naar onze drie buurlanden) en geïmporteerd. Een belangrijk deel van onze welvaart is er dankzij die internationale handel. Dat wil uiteraard ook zeggen dat ondernemingen onderhevig zijn aan concurrentie van het buitenland en concurrentieel moeten zijn op buitenlandse markten.
Om een product te kunnen verkopen moet een onderneming ervoor zorgen dat de kosten zo laag mogelijk zijn. In sectoren met hevige concurrentie wordt en nog meer gespeeld op die prijssetting. Ondernemingen worden vandaag geconfronteerd met hoge loonkosten en hoge energiekosten.
Gisteren trok FEBELIEC, de federatie van grote verbruikers van elektriciteit en gas, aan de alarmbel. Een studie van Deloitte wees op grote verschillen in de uiteindelijke energieprijs door heffingen en belastingen. Ook een studie van de CREG ( 31 januari 2012), die ze samen met Frontier Economics uitvoerde, wees in dezelfde richting, en nam ook Groot-Brittannië mee in de vergelijking. Die toonde aan dat vooral Frankrijk zeer lage totale energieprijzen had. Duitsland en Groot-Brittannië kwamen er uit met (iets) hogere totale kosten.
In België wordt de elektriciteit op een gemeenschappelijke groothandelsmarkt met Benelux, Frankrijk, en Duitsland verhandeld, de zogenaamde CWE-marktzone. Volgens het Federaal Planbureau (2012) zijn de energieprijzen in België relatief gezien hoger dan in onze buurlanden. Dat groeiverschil draagt rechtstreeks bij tot een stijging van de lonen, waardoor ook de prijs van het product zal stijgen en de concurrentiekracht relatief afneemt.
Deze week bleek dat vooral grote multinationals het merendeel van de innovatiesubsidies wegkapen. En wat nog stuitender leek, was dat dat niet resulteerde in bijkomende tewerkstelling in die bedrijven. Wel integendeel.
Naar aanleiding hiervan ondervroeg Robrecht minister Lieten in het Vlaams Parlement.
In antwoord op een schriftelijke vraag van 15 november 2012, bleek dat de innovatieprojecten van het IWT een succes zijn, en dat 77% van alle gegunde projecten het doel bereikt of zelfs overtroffen wordt, in 21% de projecten gedeeltelijk succesvol zijn en slechts in 2% van de gevallen geen nuttige resultaten werd bereikt. Wel is het zo dat de innovatiesteun sterk geconcentreerd is bij een beperkt aantal grote bedrijven en dat ook de impact vooral gaat over het verhogen van de omzet van de onderneming, het aantrekken van nieuwe klanten of het drukken van de kosten.